Het laatste nieuws
Nieuws van 7 mei 2006 De dichter en het veranderde landschap
Nieuws van 2 april 2006 Ik ben de brandende man
Nieuws van 5 maart 2006 Boem Paukeslag
Nieuws van 5 februari 2006 Olympisch goud voor de poëzie
Nieuws van 1 januari 2006 Nieuwjaarsreceptie
Nieuws van 4 december 2005 Heerlijk avondje
Nieuws van 6 november 2005 Beeldgedichten
Nieuws van 2 oktober 2005 Dierensonnetten
Nieuws van 5 juni 2005 Dichtwedstrijd
Nieuws van 24 april 2005 Eerste editie

Nieuws van het poëziecafé

Boem Paukeslag! Wat een verbaal en vocaal vuurwerk tijdens de achtste aflevering van PoëzieCafé De Zingende Zaag. Maar wat wil je met bijzondere gasten als Adriaan Jaeggi (eerste stadsdichter van Amsterdam), Thé Tjong-Khing (illustrator) en het muzikale duo Szrelem (hetgeen het Hongaarse woord is voor liefde)

Woorden schieten altijd tekort

Bim Bim Bam Bom kinkt het klokkenspel in de toren

Bim Bim Bim Bom heel ver weg zelfs kun je het horen… Nadat Dolly Bellefleur de middag had geopend met een muzikale ode aan de beiaardiers, die als gevolg van steeds strengere geluidshinderwetten in Nederland steeds meer worden beperkt in het uitoefenen van hun beroep, was het tijd voor het Open Podium. De bijdrages van o.a. Anneke Lohmann en John Broekhuis, die voordroeg uit de binnenkort in België te verschijnen bundel Muziek is niet alleen om naar te luisteren, vormden een spannende opmaat voor Dolly’s vraaggesprek met Thé Tjong-Khing. De illustrator, die dit jaar in Nederland precies vijftig jaar werkzaam is als tekenaar, sprak met Dolly o.a. uitgebreid over En haar sneeuwwitte boezem was nauwelijks bedekt, de titel van een liedje van Johnny Hoes dat hij in het kader van Strips in Stereo heeft "verstript". Opvallend in Khing’s interpretatie is de schitterende manier waarop hij gebruik maakt van contrasten. De ouders van het provinciale meisje dat in dit liedje naar de grote stad verhuist zijn getekend in bruine, grauwgrijze tinten die Dolly deden denken aan de gezapige jaren vijftigsfeer ook te zien in Dick Matena’s verstripping van De Avonden. Zodra het meisje ten tonele verschijnt waait er een fris gekleurde wind door de strip. Volgens Khing was dit de enige manier om het verhaal van dit liedje in deze tijd geloofwaardig over te doen komen. Het verhaal moest zich wel in het verleden afspelen. Welke ouders zouden anno 2006 immers zo naïef zijn dat ze, wanneer ze dochterlief achter een rood verlicht raam zien zitten, denken dat ze als een prinsesje woont?

Op de vraag: Heb je de smaak weer te pakken? Kunnen we binnenkort nog meer strips van je verwachten?

Antwoordde Khing kort en krachtig: Neen.

Khing die zijn carrière als striptekenaar bij Toonder Studio’s begon geniet als illustrator van de grotere vrijheid die hij heeft. Dat Khing die vrijheid durft te nemen illustreerde Dolly met een aantal voorbeelden uit Het woordenboek van Vos en Haas. Bij Khing geen obligaat plaatje bij een praatje. Integendeel hij is een grootmeester in het ernaast denken. Neem bijvoorbeeld het woord aai dat door schrijfster Sylvia Vanden Heede in het woordenboek als volgt wordt omschreven:

Een aai is een zachte streling.

Een poes laat zich graag aaien.

En dat Khing buitengewoon spannend illustreert met een tekening van Haas die de hand van Vos verbindt. Kun je je dan ook bezeren met het geven van een aai? Vraag je je als lezer af. Ja dus in de grote fantasie van Khing. Wat blijkt namelijk als je de tekening goed bestudeert? Er schuifelt, het kijkt je ietwat schuldig aan, een egeltje door het beeld die Haas blijkbaar een aai over zijn bolletje heeft gegeven!Een extra betekenislaag voegt de illustrator bijvoorbeeld ook toe aan het woord acteren. Ook hier toont hij op een verrassende wijze dat er ook een gevaarlijke kant aan toneelspelen kleeft! Hij beeldt namelijk Vos af, de tong uit zijn mond hangend, die aan de voeten ligt van Haas die zich heeft verkleed als Roodkapje! Oeps denk je hoe zal dat aflopen?

Heb je een hekel aan woorden? Vroeg Dolly plotseling. Hoewel Khing in het vraaggesprek af en toe een man van weinig woorden bleek verwees ze met deze vraag vooral naar Waar is de taart? Het eerste boek dat volledig van de hand is van Thé Tjong-Khing en tevens het eerste boek in de Nederlandse geschiedenis is dat, terwijl er geen enkel woord in wordt gebruikt, de belangrijkste Jeugdliteratuurprijs heeft gewonnen!

Khing: Ik heb geen hekel aan woorden maar heb wel het gevoel dat je met woorden altijd tekortschiet. Ik ben dan ook vooral geïnteresseerd in de misverstanden die er door woorden ontstaan. Ik denk dat ik ook anders dan de meeste mensen door de straten loop. Ik heb het idee dat jullie bijvoorbeeld als eerste de teksten van lichtreclames en borden beginnen te lezen. Ik zuig veel meer beelden in me op. Ik ben wel eens gevraagd door dichteres Patty Scholten of ik een van haar gedichten wilde illustreren. Ik heb dat altijd geweigerd. Achter de woorden liggen vaak heel veel andere woorden. Ik heb het gevoel als ik dat alles zou tekenen het allemaal veel te plat zou worden.

De tromboneliefde van Adriaan Jaeggi

Nadat het muzikale duo Szerelem een aantal

hartverscheurende liefdesliederen ten gehore had gebracht, was het woord aan George Moormann en Adriaan Jaeggi. De romancier die onlangs tot Amsterdamse stadsdichter werd benoemd bleek smakelijk te kunnen lachen om het "gesteggel" rondom zijn verkiezing. "Volgens een groepje criticasters zou ik namelijk geen stadsdichter maar stadsdeeldichter zijn. Hetgeen feitelijk klopt. Ik ben benoemd door de deelraad van Amsterdam Centrum. Strikt genomen vertegenwoordig ik slechts tien procent van de Amsterdamse bevolking. Stadsdichters, relletjes en commotie… ze lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kijk maar naar de benoeming van Ramsey Nasr in Antwerpen". " Nou in Haarlem kunnen ze er ook wat van" reageerde George Moormann geamuseerd.

Alsof het afgesproken was declameerde Adriaan Jaeggi hierna het volgende gedicht (nadat George Moormann had uitgelegd dat Mug de bijnaam is voor Haarlemmer):

Vijf muggen

Vijf muggen sloeg ik dood
Vijf bloedplekken op het plafond,
daar kijk je de komende
jaren tegenaan, hoe ze vergaan
van rood naar bruin naar zwart

terwijl jij op bed ligt, naar boven staart
en wacht op wat er komen gaat.

Het gezoem van de muggen vormde het perfecte voorspel van een demonstratie lipbuzzen. In een duizelingwekkende solo leek Jaeggi bijna op zijn grote muzikale voorbeeld Ray Anderson, ook wel God geheten! Na een daverend applaus droeg Jaeggi enige passages voor uit Tromboneliefde. Met bijna Reviaanse beschrijvingen over het gebruik van superslick slidecream en een tube geheim Ingrediënt:

Met vette vingers masseerde ik de buizen, op en neer, als was ik een koe aan het melken. Toen ik opkeek van mijn arbeid zag ik hoe een vrouw gefascineerd de bewegingen van mijn vingers volgde. Ze had grote bruine ogen boven wangen vol gesprongen adertjes, haar haar was gekleurd met henna en ze droeg een spijkerbroek die veel te strak zat. Ik hield mijn hand stil. Ze keek op. Onze wangen schoten tegelijkertijd in brand. We schaamden ons zoals je je alleen kunt schamen als je betrapt wordt op iets heel intiems....

Na het lezen van een aantal van zijn stadsgedichten sloot Adriaan Jaeggi Boem Paukeslag deze middag af met het gedicht:

Aan mijn muziekleraar

(naar Elsschot)

Dikke hufter, met je Saab
Hoe jij, wellustige priaap
Ons elke les zat aan te staren
Alsof we randdebielen waren

‘k Weet nog alles, vette luis,
Al heb je nu een ander huis
gekocht van onze kindertranen
en weet je niet meer onze namen

Hoe Japie, met zijn klarinet
Steeds voor pispaal werd gezet
Daar-ie, links -10 en rechts -9
De kleine nootjes niet kon lezen

En kleine Tjalling, trompettist,
Werd week na week zo afgepist
Dat hij haast jankend stond te blazen
En jij maar tieren, en jij maar razen

En toen hij niet meer durfde komen
Heb je z’n toeter afgenomen
Al had z’n moeder, als bepaald
Meer dan de helft al afbetaald

Hoe je Dagmar, blond en sprietig
Altijd stilletjes en verdrietig
Steeds weer stiekem hebt geknepen
Bij het aanwijzen der grepen

Hoe je bij haar hoge C
Ineens haar jurk naar boven deed
Zodat ze, voor de hele school
Te kijk stond met haar altviool

En hoe je voor Willem met zijn fluit
Muziek voor altijd hebt verbruid
Je sloeg, al heeft men ’t niet geloofd
De maat mee op zijn achterhoofd

Ik weet het nog, die lange uren
Dat ik je smalen moest verduren
Je dikke vingers in mijn nek
En je bierstank uit je bek

Ik weet het nog, zoals je ziet
Maar ik begrijp nog altijd niet
Hoe al die kleine onderdeuren
Dat elke week lieten gebeuren

Hadden ze maar met zijn allen
Al hun snaren laten knallen
Om die om je nek te strikken
En je lyrisch laten stikken.

Maar al is het niet gebeurd
Uitgesteld is niet verbeurd
En eens komt de mooie dag
Dat ik weer naar muziekles mag

Dat jij en al je partituren
Dat oude leed zullen bezuren
Als jij, zo zelfvoldaan als toen
Het nog één keer voor zal doen

En ik je klemzet, als een dier
Tussen de klep en het klavier
Om met een daverend slotakkoord
Je heen te zenden waar je hoort

Naar waar je tot de jongste dag
Dat heidens rotstuk spelen mag
Dat wij altijd moesten studeren
En volgens jou nooit zouden leren

Voor eeuwig klinkt dan door de hel
Die kutcanon van Pachelbel

Benieuwd naar ander werk van Adriaan Jaeggi?:

http://www.jaeggi.nl

“EEN VAN DE LEUKSTE MIDDAGEN VAN HET JAAR”

 

HAARLEM – Er kon niemand meer bij afgelopen zondagmiddag in het Haarlemse PoëzieCafé De Zingende Zaag. Ruim honderd bezoekers vermaakten zich kostelijk tijdens het typisch Zaagse dichtersprogramma vol afwisseling met ernst en luim. In pittige vraaggesprekken vroegen Dolly Bellefleur en George Moormann hun gasten het hemd van het lijf. Zo ontlokte Bellefleur Thé Tjong-Khing de uitspraak dat hij zijn potlood meer vertrouwde dan het veel dubbelzinniger vehikel taal. Schrijver en muzikant Adriaan Jaeggi maakte diepe indruk met zijn ode aan zijn ziel en zaligheid de schuiftrombone. Ook het veertig minuten durende inhoudelijke gesprek tussen de collega-stadsdichters van Haarlem en Amsterdam werd met een donderend applaus beloond. Het regende na afloop dan ook complimenten. Niet alleen van het publiek (‘O, was hier maar een geluidsopname van gemaakt’ en “Jullie beste PoëzieCafé ooit!”) maar ook van de gasten. Hieronder foto’s van wat Adriaan Jaeggi de volgende dag samenvatte als “een van de leukste middagen van het jaar. Nu al, en de lente moet nog beginnen.”

 

Het volgende PoëzieCafé De Zingende Zaag is op zondagmiddag 2 april Onze gasten zijn de dichter Tsead Bruinja en componist/organist Piet Kee. Publiek wordt, ook in verband met televisieopnames, gevraagd ruim op tijd aanwezig te zijn.
De deuren gaan open om 16 uur. Het twee uur durende gratis toegankelijke programma begint stipt om 17 uur. Adres: Cicero t/o Toneelschuur Haarlem. 


 

FEESTELIJK TREFFEN STADSDICHTERS HAARLEM EN AMSTERDAM

tijdens het PoëzieCafé De Zingende Zaag
Zondag 5 maart 2006
in Café Cicero t/o de Toneelschuur
van 17.00 tot 19.00 uur

Lange Begijnestraat 10 in Haarlem  
TOEGANG GRATIS

Amsterdammers die de Spanjaarden hielpen om Haarlem in te nemen, de oudste spoorwegverbinding van Nederland en Amsterdammers die dolgraag in Haarlem aan Zee willen wonen. Al eeuwen zijn er banden tussen de provinciehoofdstad van Noord-Holland en de hoofdstad van Nederland. Minder bekend is dat na Haarlem nu ook Amsterdam een stadsdichter heeft. Tijdens het PoëzieCafé De Zingende Zaag op 5 maart introduceert Haarlems stadsdichter George Moormann zijn Amsterdamse collega die niet alleen poëzie zal lezen maar ook de trombone zal bespelen en uiteraard zal spreken over zijn onlangs bij Nieuw Amsterdam verschenen Tromboneliefde.

Speciale gast: Thé Tjong-Khing (illustrator die voor de Boekenweek zijn favoriete lied Haar sneeuwwitte boezem van Johnny Hoes verstripte)
Muziek: Dolly Bellefleur en Vincenta Besteman & Walther van Schagen
Presentatie:
Dolly Bellefleur en George Moormann

Boem Paukeslag-Dichters en muziek
Het motto van de Boekenweek 2006, die van 15 tot en met 25 maart wordt georganiseerd, is 'Boem Paukeslag - Schrijvers en muziek'. Aanleiding voor George Moormann en Dolly Bellefleur om voor deze achtste aflevering van PoëzieCafé De Zingende Zaag met hun gasten op zoek te gaan naar de diverse relaties tussen poëzie en muziek.

De Tromboneliefde van Adriaan Jaeggi
Adriaan Jaeggi is schrijver en dichter. Hij publiceerde twee romans, waaronder Held van beroep dat werd genomineerd voor o.a. de AKO-prijs, twee dichtbundels en een bundel columns.
In januari van dit jaar werd hij voor anderhalf jaar benoemd tot de eerste stadsdichter van Amsterdam.
Ter gelegenheid van de Boekenweek 2006 verschijnt Tromboneliefde. In PoëzieCafé De Zingende Zaag zal Jaeggi zeker de loftrompet steken over het blaasinstrument waarmee hij al meer dan twintig jaar een haat-liefdeverhouding heeft. Vanaf zijn vroegste jeugd is hij gefascineerd door het geluid van de trombone, die voor de meeste mensen niet meer dan een onderwerp van spot is. Jarenlang studeerde hij, vele uren per dag, in vrieskoude schuren, op luchtarme zolderkamers, op het instrument - om uiteindelijk vier keer afgewezen te worden voor het conservatorium. Hoe het verder ging met zijn muzikale carrière, en hoe de fascinatie voor het instrument hem alsnog op helverlichte podia en duistere feesten deed belanden - en waarom een leven zonder trombone niet compleet is: dat alles is het verhaal van Tromboneliefde. Uiteraard zal Adriaan Jaeggi (foto Chris van Houts) 5 maart niet alleen voordragen uit eigen werk maar ook trombone spelen.

Het favoriete gedicht van... Thé Tjong-Khing
In de vaste rubriek Het favoriete gedicht van... is het woord aan de illustrator
Thé Tjong-Khing. Thé Tjong-Khing werd geboren op Java en kwam in 1956 naar Nederland. In dat jaar begon hij als tekenaar bij Toonder Studio's. In 1970 werd hij door kinderboekenschrijfster Miep Diekmann gevraagd illustraties te maken bij haar boek Total loss, weet je wel. In 1977 verlaat Thé de strip definitief om zich volledig bezig te houden met het illustreren van kinderboeken van gerenommeerde schrijvers als Annie M.G.Schmidt, Guus Kuijer, Els Pelgrom en Dolf Verroen. Thé Tjong-Khing won drie maal het Gouden Penseel en ontving in 2005 de Woutertje Pieterse Prijs, de Nederlandse Prijs voor Jeugdliteratuur, voor een boek zonder tekst! Het schitterende prentenboek getiteld Waar is de taart?, is het eerste boek dat hij zelf zowel 'schreef' als tekende. Aan de vooravond van de Boekenweek wordt op 11 maart in Paradiso het boek Strips in Stereo gepresenteerd waarvoor (strip)tekenaars als Thé Tjong-Khing, Peter Pontiac, Joost Swarte en Dick Matena hun favoriete nederlandstalige lied verstripten. Thé koos voor Haar sneeuwwitte boezem van Johnny Hoes.

Het meest recente stadsgedicht van George Moormann
Sinds 1 januari is George Moormann officieel stadsdichter van Haarlem. In de periode hieraan voorafgaand schreef hij al diverse stadsgedichten over bijvoorbeeld de huldiging van judoka Dennis van der Geest, over de dood van schrijver Louis Ferron, over het 100 jarig jubileum van boekhandel de Vries, over het nieuw te bouwen stadion voor HFC Haarlem en, over muziek gesproken, het gerestaureerde Cavaillé-Coll-orgel.
 

 

 

 

Meer informatie over het programma op zondagmiddag 5 maart van 17 tot 19 uur:  bel 023-5329508 of schrijf naar info@dezingendezaag.com

Lees ook de bijdrage van George Moormann aan De Digitale Schat.
======================================================
PoëzieCafé De Zingende Zaag wordt mede mogelijk gemaakt door
Gemeente Haarlem, G. de Vries IJzerhandel, A.J. van der Pigge anno 1849,
Mark Keppel Lijstenmakerij en Galerie, De Zingende Zaag Producties en Café Cicero.

top   -   home

Free Sitemap Generator