![]() |
|||
![]() |
Het laatste nieuws Nieuws van 7 mei 2006 De dichter en het veranderde landschap Nieuws van 2 april 2006 Ik ben de brandende man Nieuws van 5 maart 2006 Boem Paukeslag Nieuws van 5 februari 2006 Olympisch goud voor de poëzie Nieuws van 1 januari 2006 Nieuwjaarsreceptie Nieuws van 4 december 2005 Heerlijk avondje Nieuws van 6 november 2005 Beeldgedichten Nieuws van 2 oktober 2005 Dierensonnetten Nieuws van 5 juni 2005 Dichtwedstrijd Nieuws van 24 april 2005 Eerste editie |
|
|
|
|
|||
|
Nieuws van het poëziecafé
Gekleed in een koket ijsjurkje gooide Dolly Bellefleur bij haar openingswoord de handschoen in de Olympische ring: waarom zou je eigenlijk een PoëzieCafé wijden aan de relatie sport en poëzie? Ze zijn toch in alles elkaars tegenpolen? Om met een vooroordeel te spreken: poëzie is voor mietjes en sport voor macho’s? Als beauty met brains kan ik niet zeggen dat ik ooit heb uitgeblonken in een of andere tak van sport. Het volgende gedicht van Levi Weemoedt spreekt mij daarom ook zo aan: Lullopertje ‘k Was ie’dre wedstrijd weer de droefste van het veld Alleen bij toeval raakte ‘k in het spel betrokken: Daar gaf ‘k wanhopig zó een trieste draaibal voor Dan blies de scheidsrechter met zó veel doodsverlangen Denksporter George Moormann blijkt sportiever te zijn. Wat heet als kind blonk hij uit in judo en atletiek. Na een bloemlezing van sportgedichten als bijvoorbeeld De Vrije Bal (Anna Enquist), Voor Frank Rijkaard (Theodor Holman), Tennis (Nico Scheepmaker) en Joggen (Ivo de Wijs) trakteerde Moormann het publiek op een Rode Kaart van eigen hand: De rode kaart Het buitengaats is gemakkelijk Neem de voetbalknie, het is het Het is zowel vrees als bevruchting, nu het nog kan dopen wij onze pennen Zonnetje, beetje wind, een pas gemaaid veldje, Toch zeker niet het ademloos over lijken gaat men, Waarna het tijd was voor het Open Podium met speciaal voor deze gelegenheid geschreven sportgedichten van o.a. Kee Arts, Liesbeth de Kat en Wim Koesen. Dolly voelde zich duidelijk aangesproken door Wim’s gedicht: Jouw witte piste Je hellingen zijn wit. Wit zijn je borsten Ik heb op heel wat pistes mogen dromen Vertel me eerlijk, ben ik nou zo vies
Vlammen op de Olympische Spelen Judoka Claudia Zwiers vermaakte zich getuige de foto’s opperbest in het PoëzieCafé. De kersverse Haarlemse Sportvrouw van het jaar 2006 heeft er, na het behalen van brons op het WK Judo 2005 in Egypte, weer helemaal zin in. In een geanimeerd gesprek vertelde ze dat ze haar plannen om met wedstrijdjudo te stoppen tot en met 2008 in de ijskast heeft gelegd. Ze wil nog één keer op Olympisch niveau vlammen en wel tijdens de Spelen die in 2008 worden gehouden in Bejing. Op weg naar China zou ze en passant ook nog een aantal nationale titels kunnen pakken en daarmee het record van tien nationale titels kunnen verbeteren. De winnares van Olympisch brons in Atlanta (1996) blijkt om zich te ontspannen graag waargebeurde verhalen te lezen. Een van haar lievelingsboeken is Het meisje van de foto; het aangrijpende verhaal van Kim Phuc . Wellicht heeft die voorkeur voor waargebeurde verhalen te maken met je professie? opperde Dolly. Als topsporter wordt je meer dan wie dan ook dagelijks met jezelf geconfronteerd en put je wellicht kracht uit de levenservaringen van anderen? De voordurende strijd waarmee sporters hebben te kampen is één van de redenen dat ikzelf zo graag naar tenniswedstrijden kijk of op maandagochtend als eerste het sportkatern lees. Sporters lijken nooit op te geven. Ze gaan maar door. Neem nou bijvoorbeeld de wederopstanding van Martina Hingis. Als opgeruimd pessismiste neem ik daarvoor mijn petje af. Aldus Sporty Spice Granny Dolly die, na enig aandringen van Claudia, moest toegeven dat ze vooral een passieve sporter is. Hetgeen niet gezegd kan worden van La Zwiers. Vanaf haar zesde is zij al in de greep van de judosport: Het feit dat de regels van de judosport voortdurend worden veranderd houdt je scherp. Je wordt iedere keer weer gedwongen om nieuwe oplossingen te vinden. Bovendien zolang er nog geen jong talent opstaat in Nederland die mij van de mat veegt ga ik door! Worden die regels voortdurend aangepast om de judosport voor het publiek aantrekkelijker te maken? vroeg Dolly. Ja zeker maar ook om verwarring te voorkomen. Zo waren vroeger in een wedstrijd beide judoka’s in het wit gestoken. Het was dan vaak voor het publiek, maar ook voor de scheidsrechter, moeilijk te bepalen welke arm of welk been nou bij wie hoorden. Daarom is tegenwoordig de ene judoka in het wit en de ander in het blauw gestoken. Ook Claudia’s dochtertje van acht heeft de judosport inmiddels ontdekt. Het meisje met de prachtige naam Demi is al net zo vaak als haar moeder op de mat te vinden. Toch zou Claudia haar niet zelf willen trainen. Neem nou Cor van der Geest die zijn zonen Dennis en Eelco coacht. Het lijkt me ontzettend moeilijk om zowel trainer van je kinderen alswel ouder te zijn. Zeer verrassend was het antwoord dat Claudia gaf op de vraag Wat is je favoriete gedicht? Het eerste dat me bij die vraag te binnenschiet is de tekst van een liedje van Madonna. De boodschap van dit liedje, getiteld Little Star, is : Ook al woon ik dan niet samen met je vader, ook al ben ik niet met hem getrouwd vergeet nooit dat jij uit onze liefde bent geboren! Little Star Never forget who you are Toch bleek Claudia ook nog een echt gedicht achter de hand te hebben en wel het gedicht Gouden Yvonne dat, poezie als toeval?!, de andere gast van deze middag namelijk Jan Kal in 1988 schreef naar aanleiding van de Olympische successen van Yvonne van Gennip. Claudia’s toelichting: Als meisje van zestien heb ik Yvonne toegejuicht toen zij werd gehuldigd op de Grote Markt in Haarlem. Niet wetende dat mij zeventien jaar later hetzelfde zou overkomen na het behalen van brons op het WK Judo. En weet je wie er in het publiek mij nu toejuichte? Gouden Yvonne! Gouden Yvonne Yvonne met twee ijzers en wat ijs Je bent gesneden uit echt Haarlems hout, Drievuldige Yvonne, schaatsgodin! IJsheilige van Haarlem, jij je zin: Waarop Dolly enthousiast riep: En jij ook Claudia! Niet voor niets ben je door burgemeester Pop opgenomen in zijn fotoboek Vrouwen van Haarlem en is jouw portret tot en met 12 maart te zien op de expositie Wereldvrouwen (in de Vishal in Haarlem). Mug uit Haarlem-Noord Tenslotte schoof dichter Jan Kal aan bij George Moormann. Eventjes was de verloren dichterzoon terug in de Spaarnestad. Maar liefst eenentwintig jaar stapte Kal rond in Haarlems Tempe, maar een mens moet voort... De kans dat Kal ooit terugkeert is zeer gering. Alhoewel? In het gedicht Aan Haarlems stadsbestuur schetst Kal bepaalde omstandigheden waaronder hij zich wel weer in Haarlem zou willen vestigen: Ik zal niet snel teruggaan naar het Spaarne, met een royale ambtswoning bedacht Jan Kal blijkt ook een succesvolle sportcarrière achter de rug te hebben. Zo bedwong hij in de jaren zeventig de, onder wielrenners gevreesde, Mont Ventoux. Hetgeen achteraf een wereldwonder mag worden genoemd. Kal had de namelijk de hele beklimming zonder verzet gereden! Tijdens deze loodzware tocht ontstond het volgende gedicht: Mont Ventoux Dichten is fietsen op de Mont Ventoux Op deze col zijn velen losgereden Alles is onuitsprekelijk vermoeiend; Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend, Veni, vidi, fietsie? Kal’s najagen van wind beperkte zich niet alleen tot het wielrennen. In zijn gedicht Vlugge Mug, onderdeel van een cyclus van maar liefst vier gedichten gewijd aan Yvonne van Gennip, verhaalt Kal over zijn grote successen in de atletiek: Gouden Yvonne, toen jij werd geboren Na het zingen van de toepasselijke Duitse schlager Mein Vati fährt in Holland mit dem Fahrrad nam Dolly (lach)gas terug. Luister hoe Ruud Douma alias Dolly Bellefleur een hommage bracht aan zijn onlangs overleden moeder Riekje Douma-Moll Veni, vidi, foetsie? Na afloop verraste Kee Arts Ruud/Dolly met het ontroerende gedicht dat zij in 1999 schreef toen haar moeder overleed: Als weldra daar onder vogeltaal Al wat we hadden, al wat was Je hand is in mijn hand gebrand
Zondag 5 februari 2006 PoëzieCafé De Zingende Zaag |
|||